Samenwerking in de regio

Samenwerking in de regio

Dalende leerlingenaantallen en veranderingen op de arbeidsmarkt maken een meer regionale gezamenlijke benadering van het onderwijsaanbod noodzakelijk.

Scholen (vo en mbo) staan samen met arbeidsmarktpartijen voor de uitdaging hier gezamenlijk hun verantwoordelijkheid in te nemen en het beroepsonderwijs meer als één geheel vorm te geven. Hiermee blijft voor de jongere een goed en toegankelijk onderwijsaanbod overeind.

In 2020 zullen alle regio’s een functionerend samenwerkingsnetwerk hebben ingericht binnen alle sectoren.

Vmbo’s en mbo’s in de regio maken hiervoor onderling afspraken en bouwen voort op bestaande netwerken. Sterk beroepsonderwijs stelt de komende jaren informatie over vmbo-mbo-arbeidsmarkt in de regio beschikbaar, deelt goede voorbeelden en steunt regionale activiteiten (o.a. netwerkbijeenkomsten). Overige maatregelen vanuit de overheid, zoals de kwaliteitsagenda’s van mbo’s, het vervolg van het Regionaal investeringsfonds mbo (RIF) en de investering in behoud van vmbo techniek zijn tevens een impuls voor deze regionale samenwerking.

Op deze website vindt u inspiratievoorbeelden van samenwerking in de regio, maar ook cijfers: waar stromen ‘mijn vmbo-leerlingen naar toe’. Cijfers die soms anders zijn dan scholen verwachten en bijv. leiden tot een ander aanbod van beroepsgerichte keuzevakken.
Daarnaast vindt u op de website allerlei samenwerkingsverbanden in Nederland. Staat uw samenwerkingsverband er niet bij, of is de informatie over uw samenwerkingsverband gedateerd, neem dan contact met ons op, dan wijzigingen we dit zo snel mogelijk.

Veelgestelde vragen over samenwerking

  • Wij willen ons leer-werktraject (LWT) als een geïntegreerde leerroute aanbieden, mag dat?

    Het is niet mogelijk om LWT aan te bieden in een doorlopende of geïntegreerde leerroute. In de wet is geregeld dat doorlopende leerroute alleen met een ‘reguliere’ vmbo-bb mag worden vormgegeven. Ook in de geïntegreerde leerroute moet het volledige onderwijsprogramma van de vmbo-bb worden aangeboden, de school kan ervoor kiezen om vervolgens geen vmbo-examens af te nemen (dus ook niet voor Nederlands of het beroepsgerichte programma). Daarnaast biedt de wet doorlopende leerroutes ruimte rond het integreren van vmbo-mbo onderwijs en examens, studieduur- en onderwijstijd en de teambevoegdheid.

  • In het voortgezet onderwijs wordt niet gewerkt met een voorgeschreven lessentabel (met uitzonderling van LO). Scholen bepalen zelf hoeveel lesuren ze aan een vak besteden. Wel moeten alle eindtermen aan de orde komen. Ontwikkelaars van de examenprogramma’s hebben als richtlijn meegekregen dat de omvang van het praktijkgerichte programma 320 uur is. Dit is ongeveer 4 uur per week in leerjaar 3 en in leerjaar 4. Of u deze tijd ook aan het praktijkgerichte programma besteed is aan de school.

    In het Eindexamenbesluit VO wordt het profielwerkstuk als volgt beschreven:

    Het profielwerkstuk toetst kennis, inzicht en vaardigheden en wordt daarom in het vmbo ook wel aangeduid met de term ‘meesterproef’. Het profielwerkstuk in de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo moet voldoen aan de volgende eisen:

    • het onderwerp van het profielwerkstuk staat in relatie tot het profiel dat een leerling heeft gekozen;
    • de vmbo-leerlingen moeten minimaal 20 klokuren besteden aan het profielwerkstuk;
    • de vmbo-leerlingen moeten het profielwerkstuk met minimaal een voldoende afsluiten om deel te mogen nemen aan het centraal examen (CE);
    • het profielwerkstuk in het vmbo wordt beoordeeld door ten minste twee examinatoren.

    De voorwaarden die aan het profielwerkstuk worden gesteld laten veel ruimte voor eigen invulling door de school. Het is mogelijk om de verbinding te leggen tussen het praktijkgerichte programma en het profielwerkstuk in uw school. In het PTA moet u aangeven op welke manier het profielwerkstuk wordt vormgegeven en hoe dit wordt beoordeeld.

  • Het praktijkgerichte programma wordt ontwikkeld voor 320 uur. Wat betekent dat voor het aantal lessen?

    In het voortgezet onderwijs wordt niet gewerkt met een voorgeschreven lessentabel (met uitzonderling van LO). Scholen bepalen zelf hoeveel lesuren ze aan een vak besteden. Wel moeten alle eindtermen aan de orde komen. Ontwikkelaars van de examenprogramma’s hebben als richtlijn meegekregen dat de omvang van het praktijkgerichte programma 320 uur is. Dit is ongeveer 4 uur per week in leerjaar 3 en in leerjaar 4. Of u deze tijd ook aan het praktijkgerichte programma besteed is aan de school.

  • Wij willen graag samenwerken met het regionaal bedrijfsleven, maar hoe leggen we contact?

    Samenwerken met het bedrijfsleven start natuurlijk met het leggen van contacten. Dat kan op verschillende manieren, bv. door gebruik te maken van bestaande contacten, zoals via een bedrijvennetwerk van de school of door aan te sluiten bij een bestaand regionaal bedrijvennetwerk van bedrijven zelf of georganiseerd door de Kamer van Koophandel in de regio.
    U kunt ook rechtstreeks met bijv. de HR manager van een bedrijf contact leggen.
    In alle gevallen is het belangrijk dat u als school een concrete vraag stelt en leerlingen concrete opdrachten meegeeft. Vraag een bedrijf niet ‘met u mee te denken over wat mogelijk is’, daar hebben mensen uit het bedrijfsleven niet altijd tijd voor.
    Formuleer wat u van een bedrijf waarmee u contact zoekt wilt, op welke vraag wilt u een antwoord? Een vraag hoeft niet altijd heel groot te zijn (kan een leerling 14 dagen stage lopen), hij kan ook klein zijn, bijv. kan een leerling een klein onderdeel van een opdracht in het bedrijf uitvoeren?

  • In onze doorlopende leerroute bieden we maatschappijleer/burgerschap gezamenlijk aan en sluiten we dit vak met gezamenlijke schoolexamens af. Telt het cijfer mee voor het vmbo en het mbo?

    Ja, het cijfer dat een jongere behaalt voor een gezamenlijke/geïntegreerde toets in een doorlopende leerroute kan meetellen voor het examen vmbo en voor de kwalificatie in het mbo. Daarover dient u dan vooraf afspraken met elkaar te maken in een gezamenlijk PTA/OER.

Al mbo’en tijdens het vmbo’en: goed idee?

Op het vmbo alvast wat proeven van het mbo, geen examens meer hoeven doen en schakelprogramma’s die aansluiten op werkgelegenheid in de regio. Volgens het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap moet de overgang van het vmbo naar het mbo flink op de schop. Wat vinden mbo-studenten van die maatregelen?

Inspiratievideo's samenwerking vmbo-mbo