Doorlopende leerroute

Meer regionale samenwerking tussen vmbo en mbo

Dalende leerlingenaantallen en veranderingen op de arbeidsmarkt maken een meer regionale gezamenlijke benadering van het onderwijsaanbod noodzakelijk.

Scholen (vo en mbo) staan samen met arbeidsmarktpartijen voor de uitdaging hier gezamenlijk hun verantwoordelijkheid in te nemen en het beroepsonderwijs meer als één geheel vorm te geven. Hiermee blijft voor de jongere een goed en toegankelijk onderwijsaanbod overeind.

In 2020 zullen alle regio’s een functionerend samenwerkingsnetwerk hebben ingericht binnen alle sectoren.

Vmbo’s en mbo’s in de regio maken hiervoor onderling afspraken en bouwen voort op bestaande netwerken. Sterk beroepsonderwijs stelt de komende jaren informatie over vmbo-mbo-arbeidsmarkt in de regio beschikbaar, deelt goede voorbeelden en steunt regionale activiteiten (o.a. netwerkbijeenkomsten). Overige maatregelen vanuit de overheid, zoals de kwaliteitsagenda’s van mbo’s, het vervolg van het Regionaal investeringsfonds mbo (RIF) en de investering in behoud van vmbo techniek zijn tevens een impuls voor deze regionale samenwerking.

Regelruimte om doorlopende routes vmbo – mbo op alle niveaus mogelijk te maken

Doorlopende leerroutes op alle niveaus, waarbij vo-scholen en mbo-instellingen een gezamenlijk onderwijsprogramma vanaf de bovenbouw van het vmbo tot en met een mbo-diploma bewerkstelligen, zijn katalysators voor een sterk beroepsonderwijs.

Iedere jongere die dat wil, bieden we als beroepsonderwijs de mogelijkheid om in elke regio een doorlopende leerroute vmbo-mbo op een passend niveau te volgen. Hiervoor krijgen scholen regelruimte om de routes gezamenlijk vorm te geven en daarmee het onderwijs te verdiepen, te verrijken of te versnellen. Door het integreren van het vmbo- en mbo-programma wordt voorkomen dat opnieuw gestart wordt met stof die al wordt beheerst. Vanuit deze routes maken jongeren een goede start op de arbeidsmarkt en zien we een grotere doorstroom naar mbo-opleidingen op een vervolgniveau.

In 2021 zijn er in elke regio doorlopende leerroutes passend bij het regionale onderwijsaanbod.

Er zijn veel verschillende jongeren, met elk andere talenten en behoeftes. Dit betekent dat zij ook verschillende leerroutes nodig kunnen hebben om het beste uit zichzelf te halen, om met zoveel mogelijk bagage het beroepsonderwijs uit te kunnen stromen. Om hieraan tegemoet te komen is een wet aangenomen die scholen en instellingen meer ruimte geeft voor samenwerking en het inrichten van doorlopende leerroutes vmbo tot en met mbo.

Deze wet regelt dat een vmbo-school en een mbo-instelling samen doorlopende leerroutes vmbo-mbo kunnen vormgeven op verschillende niveaus (mbo 2, 3 en 4). Daarnaast regelt deze wet ook dat een vmbo-school en een mbo-instelling een geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding kunnen vormgeven, waarbij het mogelijk is om mbo niveau 2 af te ronden zonder het behalen van een vmbo-diploma. Hierdoor kan in deze route doelgericht en onder extra begeleiding worden gewerkt aan het behalen van een startkwalificatie. Dit sluit aan bij de wens van de regering om, in navolging van de entree-opleiding, het voor jongeren in de basisberoepsgerichte leerweg mogelijk te maken om een mbo 2-diploma te halen binnen het vmbo.

Om een kwalitatief goed en inhoudelijk uitdagend onderwijsprogramma aan te kunnen bieden, dat start in het derde vmbo-leerjaar en eindigt met het behalen van een mbo-diploma, is het nodig dat de school en instelling extra ruimte in wet- en regelgeving wordt geboden.

  • De school en instelling krijgen de mogelijkheid om met één docententeam het geïntegreerde onderwijsprogramma te verzorgen.
  • Er geldt één onderwijstijd voor de gehele doorlopende leerroute:
  • De vmbo-examens kunnen tot en met het derde jaar van de doorlopende leerroute worden afgesloten. Ook kan eerder worden gestart met mbo stof en de beroepspraktijkvorming (BPV).

De nadere vormgeving van de doorlopende leerroutes wordt niet voorgeschreven maar laat de overheid aan de partijen in de regio. Zo is het voor een deel van de jongeren passend om vanuit een vertrouwde vmbo-school een mbo-opleiding te volgen. Er gaat dan geen tijd verloren aan wennen aan een nieuwe omgeving en onderwijstijd kan optimaal worden benut. Een andere mogelijkheid is een geleidelijke overgang naar het mbo waarbij de jongeren de mbo-opleiding starten op een vmbo-locatie en vervolgens steeds meer lessen volgen op het mbo.

Afhankelijk van onder andere het netwerk, de sector(en) en de geografische ligging kan een regio verschillend ingedeeld zijn. Het is aan vmbo-scholen en mbo-instellingen om te bepalen in welke profielen en opleidingen doorlopende leerroutes worden aangeboden, in overeenstemming met de behoeften van het vervolgonderwijs en de regionale arbeidsmarkt. Via een actief stimuleringsprogramma wordt erop ingezet dat een jongere in elke regio terecht kan in doorlopende leerroutes vmbo tot en met mbo. Wilt u aan de slag?  Wij brengen u graag in contact met regio’s die een oplossing hebben gevonden voor uw vraagstuk of voor vergelijkbare uitdagingen staan. Stel uw vraag via het contactformulier.

Veelgestelde vragen over samenwerking

  • Kan, in een doorlopende leerroute, stage op het vmbo meetellen als BPV voor een mbo-opleiding?

    Ja, vmbo-leerlingen kunnen al tijdens hun vmbo-opleiding starten met BPV. Voorwaarden zijn wel dat de BPV plaatsvindt in een erkend leerbedrijf, dat er een BPV-overeenkomst afgesloten wordt, dat leerlingen opdrachten uitvoeren die passen binnen de mbo-opleiding die ze gaan volgen, dat bedrijf en leerlingen zich houden aan de richtlijnen bijv. rond Arbo-wetgeving (jonge leerlingen mogen nog niet alle werkzaamheden verrichten) en dat de BPV beoordeeld wordt door iemand van het mbo of in samenwerking met iemand vanuit het mbo.
    BPV op het mbo is verplicht, zonder een voldoende afgesloten BPV kan een student geen diploma behalen. Stage op het vmbo is niet verplicht, ook leerlingen die geen stage lopen kunnen een vmbo-diploma behalen.

  • Er wordt gesproken van een doorlopende leerroute en een doorlopende leerlijn. Wat is het verschil?

    Met een doorlopende leerroute wordt een route bedoeld die gebruik maakt van de mogelijkheden die de wet biedt, dus bijv. gezamenlijk onderwijs, gespreid examen, in het vmbo starten met (een deel van) de mbo opleiding, werken vanuit een gezamenlijke visie en een gezamenlijk PTA/OER, gebruik maken van de mogelijkheid om de teambevoegdheid in te zetten en dat allemaal op basis van afstemming van de inhoud van de programma’s en een samenwerkingsovereenkomst tussen vmbo en mbo. In een doorlopende leerlijn worden programma’s vooral inhoudelijk op elkaar afgestemd, maar wordt er geen gebruik gemaakt van de wettelijke mogelijkheden zoals die hierboven staan. Vaak vormt een doorlopende leerlijn de start van de ontwikkeling van een doorlopende leerroute.

  • Worden of zijn er pilots gedraaid met teambevoegdheid?

    De teambevoegdheid is een belangrijke voorwaarde om de samenwerking in een doorlopende leerroute goed vorm te geven, daarom worden hier geen pilots mee gedraaid maar is dit structureel mogelijk gemaakt in de wet.
    De ervaringen met de teambevoegdheid worden gemonitord en zijn inbreng voor de discussie over de toekomst van het bevoegdhedenstelsel voor het voortgezet onderwijs.

  • Het wetsvoorstel doorlopende leerroutes maakt het mogelijk om met één team het onderwijs te verzorgen. Wat betekent deze teambevoegdheid?

    In een doorlopende leerroute vmbo-mbo kunnen docenten gezamenlijk één team vormen. De basis van een doorlopende leerroute vmbo-mbo is een gezamenlijk onderwijsprogramma. Hierbij is het essentieel dat docenten samen dat programma samenstellen, het onderwijs op elkaar afstemmen en verzorgen. De teambevoegdheid in het wetsvoorstel biedt de mogelijkheid om een gezamenlijk docententeam te vormen voor vak- en sectoroverstijgende programmaonderdelen (dit zijn gezamenlijke onderdelen van vmbo en mbo). Daarmee zijn leraren en docenten breder inzetbaar dan alleen in het eigen onderwijstype. Binnen het team als geheel moeten de benodigde bekwaamheidseisen per programmaonderdeel aanwezig zijn. De docent die voldoet aan de bekwaamheidseisen voor een bepaald programmaonderdeel is verantwoordelijk voor de kwaliteit van dit onderdeel. Het onderwijsteam kan en mag er dus bijvoorbeeld voor kiezen om in een programmaonderdeel dat in vmbo en mbo aan de orde komt, bijv. een mbo-instructeur lassen met een pdg in het eerste jaar en/of tweede jaar van een doorlopende route (leerjaar 3 en 4 van het vmbo) het onderdeel lassen aan vmbo-leerlingen te verzorgen.

  • Kan ik straks een medewerker met een pdg inzetten als bevoegdheid op het vmbo? Mag een instructeur straks werken op het vmbo?

    Het onderwijsteam kan en mag er bijvoorbeeld voor kiezen om in een programmaonderdeel dat in vmbo en mbo aan de orde komt, bijv. een mbo-instructeur lassen met een pdg in het eerste jaar en/of tweede jaar van een doorlopende route (leerjaar 3 en 4 van het vmbo) het onderdeel lassen aan de jongeren te verzorgen.
    Het is echter niet zo dat die instructeur vervolgens bevoegd wordt om bijvoorbeeld het vak wiskunde te verzorgen op het vmbo. Het gaat dus echt om de inzet op de vak- en sectoroverstijgende programmaonderdelen (dit zijn gezamenlijke onderdelen van vmbo en mbo).

Al mbo’en tijdens het vmbo’en: goed idee?

Op het vmbo alvast wat proeven van het mbo, geen examens meer hoeven doen en schakelprogramma’s die aansluiten op werkgelegenheid in de regio. Volgens het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap moet de overgang van het vmbo naar het mbo flink op de schop. Wat vinden mbo-studenten van die maatregelen?

Inspiratievideo's samenwerking vmbo-mbo