14 oktober 2020

Bouwsteen bevoegdheden

Teambevoegdheid

In een doorlopende leerroute kunnen docenten vo en mbo samen, in één team, onderwijs geven aan leerlingen/studenten die deze route volgen. Zij doen dit als team. In de wet doorlopende leerroutes is deze teambevoegdheid vastgelegd. U leest hier alles over in de bouwsteen ‘Teambevoegdheid’.

Bouwsteen Teambevoegdheid

Let op: de bouwsteen samenwerkingsovereenkomst is aangepast naar aanleiding van de wet en bevat nu ook informatie over de MR bij het aangaan van een samenwerking met als doel doorlopende leerroutes vorm te geven.

Veelgestelde vraag

  • Hoe kan ik in contact komen met andere samenwerkingsverbanden in Nederland?

    Op de website Sterk Beroepsonderwijs staat een kaart met daarop alle samenwerkingsverbanden van Nederland, voor zover die bij de programmaleiding van Sterk Beroepsonderwijs bekend zijn. Door selecties te maken vindt u waar u naar op zoek bent.
    Op basis van een enquête onder samenwerkingsverbanden wordt de kaart de komende tijd geactualiseerd. Mist u uzelf? Vul dan de enquête in.

  • Wij gaan starten met de ontwikkeling van doorlopende leerroutes. Waar moeten wij deze routes melden?

    Als u start met een doorlopende leerroute moet u die aanmelden bij DUO, om van de mogelijkheden die de wet doorlopende leerroutes biedt gebruik te kunnen maken.

    Informatie hierover treft u op de site van DUO bij  voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. Daar vindt u ook informatie over de inschrijving van de leerlingen/studenten en de uitwisseling met BRON.

  • Wij willen ons leer-werktraject (LWT) als een geïntegreerde leerroute aanbieden, mag dat?

    Het is niet mogelijk om LWT aan te bieden in een doorlopende of geïntegreerde leerroute. In de wet is geregeld dat doorlopende leerroute alleen met een ‘reguliere’ vmbo-bb mag worden vormgegeven. Ook in de geïntegreerde leerroute moet het volledige onderwijsprogramma van de vmbo-bb worden aangeboden, de school kan ervoor kiezen om vervolgens geen vmbo-examens af te nemen (dus ook niet voor Nederlands of het beroepsgerichte programma). Daarnaast biedt de wet doorlopende leerroutes ruimte rond het integreren van vmbo-mbo onderwijs en examens, studieduur- en onderwijstijd en de teambevoegdheid.

  • In het voortgezet onderwijs wordt niet gewerkt met een voorgeschreven lessentabel (met uitzonderling van LO). Scholen bepalen zelf hoeveel lesuren ze aan een vak besteden. Wel moeten alle eindtermen aan de orde komen. Ontwikkelaars van de examenprogramma’s hebben als richtlijn meegekregen dat de omvang van het praktijkgerichte programma 320 uur is. Dit is ongeveer 4 uur per week in leerjaar 3 en in leerjaar 4. Of u deze tijd ook aan het praktijkgerichte programma besteed is aan de school.

    In het Eindexamenbesluit VO wordt het profielwerkstuk als volgt beschreven:

    Het profielwerkstuk toetst kennis, inzicht en vaardigheden en wordt daarom in het vmbo ook wel aangeduid met de term ‘meesterproef’. Het profielwerkstuk in de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo moet voldoen aan de volgende eisen:

    • het onderwerp van het profielwerkstuk staat in relatie tot het profiel dat een leerling heeft gekozen;
    • de vmbo-leerlingen moeten minimaal 20 klokuren besteden aan het profielwerkstuk;
    • de vmbo-leerlingen moeten het profielwerkstuk met minimaal een voldoende afsluiten om deel te mogen nemen aan het centraal examen (CE);
    • het profielwerkstuk in het vmbo wordt beoordeeld door ten minste twee examinatoren.

    De voorwaarden die aan het profielwerkstuk worden gesteld laten veel ruimte voor eigen invulling door de school. Het is mogelijk om de verbinding te leggen tussen het praktijkgerichte programma en het profielwerkstuk in uw school. In het PTA moet u aangeven op welke manier het profielwerkstuk wordt vormgegeven en hoe dit wordt beoordeeld.

  • Het praktijkgerichte programma wordt ontwikkeld voor 320 uur. Wat betekent dat voor het aantal lessen?

    In het voortgezet onderwijs wordt niet gewerkt met een voorgeschreven lessentabel (met uitzonderling van LO). Scholen bepalen zelf hoeveel lesuren ze aan een vak besteden. Wel moeten alle eindtermen aan de orde komen. Ontwikkelaars van de examenprogramma’s hebben als richtlijn meegekregen dat de omvang van het praktijkgerichte programma 320 uur is. Dit is ongeveer 4 uur per week in leerjaar 3 en in leerjaar 4. Of u deze tijd ook aan het praktijkgerichte programma besteed is aan de school.