09 september 2020

Afstandsregels door COVID-19 in het vmbo en mbo

COVID-19 en de maatregelen voor het onderwijs

Het coronavirus COVID-19 heeft grote impact op het onderwijs. Scholen, docenten en jongeren zijn het afgelopen schooljaar heel flexibel en creatief met de situatie omgegaan. Dat geldt zeker ook voor het beroepsonderwijs, waarbij het aanbieden van lessen op afstand een grote uitdaging is. Als gevolg van de coronacrisis kan het in veel sectoren ook komend jaar lastiger zijn op de gebruikelijke wijze invulling te geven aan het leren in de praktijk.

Op hoofdlijnen geldt op dit moment:

  • In het VO: Jongeren in het vmbo hoeven onderling geen 1,5 meter afstand te houden. De 1.5 meter regel geldt wel tussen leerlingen en personeel en voor personeel (en andere volwassenen) onderling.
    In praktijklessen in het vmbo is het voor leerlingen niet altijd mogelijk om op 1,5 meter afstand te blijven van volwassenen. Dit geldt zowel bij lessituaties als bij stages. Tijdens deze lessen moeten leerlingen en onderwijspersoneel zo veel als mogelijk 1,5 meter afstand houden. Het is echter niet verplicht. Tijdens stages gelden de brancheprotocollen.
  • In het MBO geldt voor alle jongeren en onderwijspersoneel, ongeacht leeftijd dat ze 1,5 meter afstand moeten bewaren binnen en buiten de gebouwen.
    Voor de praktijklessen in het mbo (binnen de school en in de BPV) wordt aangesloten bij de regels die gelden voor het werkveld en die zijn vastgelegd in de brancheprotocollen: https://www.mijncoronaprotocol.nl.

Voor vmbo-mbo trajecten is de locatie waarop het onderwijs wordt gegeven leidend. Dit geldt ook voor doorlopende leerroutes vmbo-mbo die scholen sinds 1 augustus kunnen inrichten. Dit houdt in dat jongeren die vmbo-mbo trajecten volgen op een vo-locatie zich moeten houden aan de regels die gelden op deze locatie. Op momenten dat jongeren onderwijs volgen op een mbo locatie of in een (leer)bedrijf worden zij geacht aan de richtlijnen te voldoen die op die locatie gelden. Op combilocaties waar vmbo-leerlingen en mbo-studenten samenkomen, bijvoorbeeld op sommige AOC’s is het aan het bevoegd gezag om afhankelijk van de situatie, rekening houdend met de richtlijnen van het RIVM, te bepalen welke maatregelen voor de aanwezige jongeren moeten gelden.

De nadere vormgeving van de doorlopende leerroutes wordt niet voorgeschreven maar is aan de partijen in de regio. Dit betekent dat regionale partners er bijvoorbeeld voor kunnen kiezen om de volledige mbo-opleiding te verzorgen op een vmbo-locatie. In dat geval gelden de regels van de vo-locatie. In het geval dat het onderwijs (deels) op het mbo of in een (leer)bedrijf gevolgd wordt, worden zij op die momenten geacht aan de richtlijnen te voldoen die op die locatie gelden.

Meer informatie over COVID-19 en de maatregelen voor het onderwijs?

Het ministerie van OCW bundelt de laatste stand van zaken van de landelijke maatregelen in servicedocumenten.

Servicedocument funderend onderwijs