Nieuwe leerweg

De komende jaren worden de gemengde leerweg (GL) en de theoretische leerweg (TL) van het vmbo samengevoegd tot één nieuwe leerweg. Binnen deze nieuwe leerweg volgen alle leerlingen een praktijkgericht programma en sluiten dat af. Samen met SLO, de VO-raad, het Platform TL, SPV, de MBO Raad, het Havo-platform en VNO-NCW/MKB Nederland werkt het ministerie van OCW aan deze nieuwe leerweg.

Het doel van de nieuwe leerweg is leerlingen optimaal voorbereiden op een vervolgopleiding in het mbo of het havo, zodat ze een gefundeerde keuze maken voor een vervolgopleiding in een sector die bij hen past. In de nieuwe leerweg volgen alle leerlingen een praktijkgericht programma plus minimaal vijf theoretische vakken (als Nederlands, Engels, wiskunde, enz.).

Pilot nieuwe leerweg

Dit schooljaar (2020/2021) zijn 137 scholen gestart met de pilot praktijkgerichte programma’s. Het gaat om 100 nieuwe pilotscholen, en 37 scholen van de bestaande pilotgroep Technologie en toepassing (T&T). Hier vindt u de lijst met deelnemende scholen. Deze scholen werken mee aan het ontwikkelen van praktijkgerichte programma’s en daarmee het vormgeven van de nieuwe leerweg. Tot de zomervakantie 2021 geven de pilotscholen de praktijkgerichte programma’s vorm, vanaf schooljaar 2021/2022 zullen de praktijkgerichte programma’s met leerlingen in het derde leerjaar gaan draaien.

De pilot duurt in ieder geval tot eind van het schooljaar 2023-2024. In deze periode hebben twee cohorten leerlingen examen gedaan in de praktijkgerichte programma’s. Na afloop van de pilot gaan alle vmbo-scholen die nu de GL en/of de TL aanbieden de nieuwe leerweg aanbieden. GL en TL stoppen dan te bestaan.

Voorlichting
In mei, juni en september 2020 hebben drie voorlichtingswebinars plaatsgevonden waarin informatie is gegeven over de pilot. Wilt u ze nog eens terugzien? Kijkt u dan op het YouTubekanaal van Sterk beroepsonderwijs.

Wat is een praktijkgericht programma?

Het doel van het praktijkgerichte programma in de bovenbouw van de nieuwe leerweg is het goed voorbereiden van alle jongeren op zowel de keuze voor een vervolgopleiding als op de daadwerkelijke overstap naar het vervolgonderwijs (mbo en havo). Het praktijkgerichte programma onderscheidt zich daarbij van theoretische vakken doordat leerlingen praktische ervaring opdoen in en buiten de school. Dit doen ze onder andere door aan de slag te gaan met levensechte opdrachten uit de regio. In het praktijkgerichte programma wordt de praktische leerstijl van leerlingen aangesproken, de leerlingen ontwikkelen brede praktische vaardigheden en oriënteren zich op verschillende opleidingen en beroepen.

Praktijkgerichte programma’s is een verzamelnaam voor verschillende programma’s. De pilot is gestart met twaalf examenprogramma’s, gebaseerd op bestaande beroepsgerichte GL-profielen (BWI, D&P, E&O, Groen, HBR, Ma&T, MVI, M&T, PIE en Z&W) het pilotvak Technologie en toepassing (T&T) en het avo-vak Informatietechnologie (IT). Deze examenprogramma’s worden doorontwikkeld tot praktijkgerichte programma’s. Iedere pilotschool gaat aan de slag met één praktijkgericht programma.

Scholen hebben een licentie nodig om de gl-profielen BWI, Groen, HBR, Ma&T, M&T en PIE aan te mogen bieden. Deze licenties blijven gelden tijdens en na de pilot. De licentievrije programma’s D&P, E&O, IT, T&T en Z&W mogen door alle scholen worden aangeboden.

De selectie van praktijkgerichte programma’s is gemaakt aan de hand van advies dat onder leiding van SLO met SPV, Platform TL en de VO-Raad is opgesteld. Dit advies is overgenomen door het ministerie van OCW.

Kader

Onder begeleiding van de SLO hebben de VO-raad, de Stichting Platforms vmbo (SPV) en het Platform-TL een kader ontwikkeld voor praktijkgerichte programma’s. Het doel van dit kader is antwoord te geven op de vraag waar een praktijkgericht programma aan moet voldoen. Het kader is gebruikt om te toetsen of vakken/programma’s voldoen aan de eisen voor een praktijkgericht programma.

Download het kader

Praktijkgerichte examenprogramma’s voor de pilot bekend

Het advies van SLO in het kort:

  • Informatietechnologie voor de gemengde en theoretische leerweg (ITgt) en Technologie & toepassing (T&T) door te ontwikkelen tot praktijkgerichte examenprogramma’s die door alle scholen in de nieuwe leerweg kunnen worden aangeboden. Beide programma’s worden in de pilots uitgebreid met meer kennis en daarnaast wordt de aansluiting met mbo en havo verbeterd. Voor Itgt geldt dat expliciet wordt toegevoegd dat opdrachten moeten worden uitgevoerd in verschillende contexten die voortkomen uit beroepssectoren of profielen.
  • Dienstverlening en producten (D&P), Zorg & welzijn (Z&W) en Economie & Ondernemen (E&O) van beroepsgerichte examenprogramma’s door te ontwikkelen tot praktijkgerichte programma’s die door alle scholen in de nieuwe leerweg kunnen worden aangeboden In de doorontwikkeling wordt minder de nadruk gelegd op vakvaardigheden en meer op vaardigheden die gevraagd worden door mbo-4 opleidingen zoals organiseren, leiding geven, plannen ect. Ook moet in de door ontwikkeling beter aangesloten worden op het havo. In de pilots wordt onderzocht wat hiervoor nodig is. Hierdoor ontstaan examenprogramma’s met een ander karakter die door alle scholen in de nieuwe leerweg kunnen worden aangeboden. Deze programma’s krijgen straks een andere naam.
  • De overige beroepsgerichte examenprogramma’s (Bouwen, wonen en interieur, Groen, Horeca, bakkerij en recreatie, Maritiem en techniek, Media, vormgeving en ICT, Mobiliteit en transport en Produceren, installeren en energie) voor de gemengde leerweg te actualiseren en beter aan te laten sluiten op vervolgonderwijs. Dit betekent onder andere het structureel betrekken van het vervolgonderwijs en bedrijfsleven bij de vormgeving van het onderwijs. Actualisatie ziet onder meer op het verstevigen van duurzaamheid.
    Voor deze beroepsgerichte programma’s geldt dat zij gebonden zijn aan een licentie. Ook de huidige bb/kb/gl scholen mogen niet alle beroepsgerichte profielen aanbieden. Dit is wettelijk geregeld vanwege de kwaliteit van het onderwijsaanbod en doelmatigheid. Scholen die deze programma’s nu mogen aanbieden op basis van een licentie mogen dat ook in de nieuwe leerweg doen.
  • Tot slot heeft SLO geadviseerd Maatschappijkunde en Lichamelijke opvoeding II niet door te ontwikkelen tot praktijkgerichte programma’s. Deze vakken kunnen wel door scholen aangeboden blijven worden als schoolexamenvak.

Download het advies

Proces tot aan de zomer van 2021

Tot aan de zomer gaan de pilotscholen in groepen per praktijkgericht programma aan de slag met het ontwikkelen van het praktijkgerichte programma. Daarnaast werken ontwikkelgroepen aan het ontwikkelen van examenprogramma’s. Deze groepen staan onder leiding van SLO. Naast doorontwikkeling van programma’s zijn er diverse vraagstukken over de nieuwe leerweg die de komende tijd aandacht krijgen. Het gaat hierbij onder andere om:

  • De afsluiting en beoordeling van het praktijkgerichte programma;
  • Welke vakken in het derde en vierde jaar van de nieuwe leerweg gegeven moet worden en de positie van het praktijkgerichte programma hierin;
  • De positie van de nieuwe leerweg in het stelsel van het voortgezet onderwijs.

Wie denken er mee

Er is een begeleidingscommissie gevormd waarin vertegenwoordigers zitting hebben namens de VO-raad, de MBO Raad, SPV, het Platform-TL, het Havo platform, SLO en VNO-NCW en MKB Nederland. Leden van deze begeleidingscommissie denken structureel mee in het traject. Daarnaast is er in 2019 een klankbordgroep van schoolleiders uit het vmbo, mbo en havo gestart. Zij komen vijf à zes keer per jaar samen om OCW van advies te voorzien.

Veelgestelde vragen over de nieuwe leerweg

  • In hoeverre is het via de nieuwe leerweg mogelijk versneld een mbo-opleiding te volgen?

    Vmbo en mbo kunnen doorlopende leerroutes ontwikkelen vanuit de gemengde en theoretische leerweg naar een mbo-3 en 4 kwalificatie. Deze mogelijkheid zal er na de samenvoeging van de leerwegen ook zijn. Of dit versneld kan hangt af van de afspraken die vmbo en mbo daar samen over maken. De wet biedt deze ruimte.

  • Hoe verhouden de doorlopende leerroutes en de nieuwe leerweg zich tot elkaar?

    De wet maakt het mogelijk om vanuit de gemengde en theoretische leerwegen doorlopende leerroutes met het mbo in te richten. Aangezien we de komende jaren deze leerwegen samen voegen, blijft het ook daarna mogelijk om dit te doen.

    Sterker nog, het wordt juist interessant om nu als mbo de samenwerking met vmbo-gtl op te zoeken. Wij verplichten pilotscholen om een samenwerking met het mbo (en havo) op te zetten of te intensiveren ten behoeve van het opbouwen en onderwijzen van het praktijkgericht programma.

    Te denken valt aan het opstarten van samenwerking op het gebied van: Levensechte opdrachten; gebruik van mbo-faciliteiten; gezamenlijk LOB; stages; inzet van mbo-docenten/-studenten etc.

    Maar dus ook het inrichten van doorlopende leerroute(s).

    Overigens kunnen ook de niet pilotscholen de samenwerking in de regio op pakken zodra de concept examenprogramma’s bekend zijn (medio mei 2021), ze kunnen dan het vak extra-curriculair gaan aanbieden. Juist voor mavo’s die op dit moment nog weinig regionale contacten hebben, is het wenselijk om het gesprek over vmbo – mbo tijdig te voeren.

  • Hoe betrek ik als vmbo GTL-school het mbo en bedrijfsleven bij de ontwikkelingen?

    Er moet voor de ontwikkeling naar de nieuwe leerweg en het vormgeven van een praktijkgericht programma samengewerkt worden met het mbo en het bedrijfsleven. Het is dan ook van belang dat u op tijd de regionale samenwerking opzet dan wel intensiveert. Te denken valt aan het opstarten van samenwerking op het gebied van:

    • Levensechte opdrachten (inzet van mbo/bedrijven als opdrachtgever en/of als beoordelaar);
    • het bieden van (onderdelen van) het praktijkgerichte programma op de locatie van het mbo/bedrijf;
    • het geven van (onderdelen van) het praktijkgerichte programma door mbo-docenten/-studenten;
    • het gezamenlijk inrichten van LOB, stage-activiteiten of het profielwerkstuk;
    • het inrichten van doorlopende leerroute(s) naar niveau 3 /4.

    Als u gebruik wilt maken van de ruimte die de wet doorlopende leerroutes biedt, dan moet u dit aan de voorkant regelen middels een samenwerkingsovereenkomst. Voor het opstarten en vormgeven van samenwerking kunt u gebruik maken van de bouwstenen die u vindt op de website. Dit zijn hulpmiddelen, geen blauwdrukken. Bepaal zelf wat voor uw regio past en wanneer.

    Mogelijk heeft u als vmbo-school nog geen samenwerking in de regio of staat dit in uw regio nog in de kinderschoenen. Er zijn dan hulpmiddelen die u kunt raadplegen bij het opzetten van samenwerking, bijvoorbeeld de samenwerkingstoolkit van het vmbo-platform Z&W of het Education Model Canvas van STO. U kunt deze tools op alle niveaus van de samenwerking inzetten. Daarnaast kan het reflectie-instrument van de VO-raad ondersteuning bieden bij het opstarten van het regionale gesprek over de samenwerking.

  • Is al bekend of het praktijkgerichte programma met een SE of een CSPE afgesloten wordt?

    Tijdens de pilot wordt het praktijkgerichte programma met een SE afgesloten. Tijdens de pilot wordt nagegaan of dit de meest ideale en meest gewenste manier van afsluiting is.

  • Komt er een tweede ronde aanvragen?

    Er komt wellicht een tweede ronde aanvragen, maar deze zal beperkt qua omvang zijn en is in principe alleen bedoeld voor scholen die met een eigen programma-initiatief, dat is goedgekeurd, deel willen nemen aan de pilot.

Inspiratievoorbeelden over de nieuwe leerweg