Instrumenten

Handig en behulpzaam

Instrumenten en data met gegevens over beroepsonderwijs (vo, mbo en hbo), arbeidsmarkt en leerlingstromen die scholen kunnen helpen om het gesprek te voeren in de regio.

Bouwstenen

Gebruik de beschikbare bouwstenen voor het succesvol ontwikkelen van een doorlopende leerroute.

Cijfers

Vestigingen en instellingen waarmee het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs in gesprek kunnen gaan om het beroepsonderwijs te versterken. En informatie over het beroepsonderwijs (vo, mbo en hbo) en de arbeidsmarkt op basis van de woonplaats van de leerling/student.

Samenwerking

Dalende leerlingenaantallen en veranderingen op de arbeidsmarkt maken een meer regionale gezamenlijke benadering van het onderwijsaanbod noodzakelijk.

Voorbeelddocumenten

Op deze pagina vindt u voorbeelddocumenten en ander materiaal dat u kan helpen bij het opzetten van samenwerkingsprojecten tussen vmbo, mbo en arbeidsmarkten en andere regionale samenwerkingen.

Veelgestelde vragen

  • Wij gaan starten met de ontwikkeling van doorlopende leerroutes. Waar moeten wij deze routes melden?

    Als u start met een doorlopende leerroute moet u die aanmelden bij DUO, om van de mogelijkheden die de wet doorlopende leerroutes biedt gebruik te kunnen maken.

    Informatie hierover treft u op de site van DUO bij  voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. Daar vindt u ook informatie over de inschrijving van de leerlingen/studenten en de uitwisseling met BRON.

  • Wij willen ons leer-werktraject (LWT) als een geïntegreerde leerroute aanbieden, mag dat?

    Het is niet mogelijk om LWT aan te bieden in een doorlopende of geïntegreerde leerroute. In de wet is geregeld dat doorlopende leerroute alleen met een ‘reguliere’ vmbo-bb mag worden vormgegeven. Ook in de geïntegreerde leerroute moet het volledige onderwijsprogramma van de vmbo-bb worden aangeboden, de school kan ervoor kiezen om vervolgens geen vmbo-examens af te nemen (dus ook niet voor Nederlands of het beroepsgerichte programma). Daarnaast biedt de wet doorlopende leerroutes ruimte rond het integreren van vmbo-mbo onderwijs en examens, studieduur- en onderwijstijd en de teambevoegdheid.

  • In het voortgezet onderwijs wordt niet gewerkt met een voorgeschreven lessentabel (met uitzonderling van LO). Scholen bepalen zelf hoeveel lesuren ze aan een vak besteden. Wel moeten alle eindtermen aan de orde komen. Ontwikkelaars van de examenprogramma’s hebben als richtlijn meegekregen dat de omvang van het praktijkgerichte programma 320 uur is. Dit is ongeveer 4 uur per week in leerjaar 3 en in leerjaar 4. Of u deze tijd ook aan het praktijkgerichte programma besteed is aan de school.

    In het Eindexamenbesluit VO wordt het profielwerkstuk als volgt beschreven:

    Het profielwerkstuk toetst kennis, inzicht en vaardigheden en wordt daarom in het vmbo ook wel aangeduid met de term ‘meesterproef’. Het profielwerkstuk in de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo moet voldoen aan de volgende eisen:

    • het onderwerp van het profielwerkstuk staat in relatie tot het profiel dat een leerling heeft gekozen;
    • de vmbo-leerlingen moeten minimaal 20 klokuren besteden aan het profielwerkstuk;
    • de vmbo-leerlingen moeten het profielwerkstuk met minimaal een voldoende afsluiten om deel te mogen nemen aan het centraal examen (CE);
    • het profielwerkstuk in het vmbo wordt beoordeeld door ten minste twee examinatoren.

    De voorwaarden die aan het profielwerkstuk worden gesteld laten veel ruimte voor eigen invulling door de school. Het is mogelijk om de verbinding te leggen tussen het praktijkgerichte programma en het profielwerkstuk in uw school. In het PTA moet u aangeven op welke manier het profielwerkstuk wordt vormgegeven en hoe dit wordt beoordeeld.

  • Het praktijkgerichte programma wordt ontwikkeld voor 320 uur. Wat betekent dat voor het aantal lessen?

    In het voortgezet onderwijs wordt niet gewerkt met een voorgeschreven lessentabel (met uitzonderling van LO). Scholen bepalen zelf hoeveel lesuren ze aan een vak besteden. Wel moeten alle eindtermen aan de orde komen. Ontwikkelaars van de examenprogramma’s hebben als richtlijn meegekregen dat de omvang van het praktijkgerichte programma 320 uur is. Dit is ongeveer 4 uur per week in leerjaar 3 en in leerjaar 4. Of u deze tijd ook aan het praktijkgerichte programma besteed is aan de school.

  • Wij willen graag samenwerken met het regionaal bedrijfsleven, maar hoe leggen we contact?

    Samenwerken met het bedrijfsleven start natuurlijk met het leggen van contacten. Dat kan op verschillende manieren, bv. door gebruik te maken van bestaande contacten, zoals via een bedrijvennetwerk van de school of door aan te sluiten bij een bestaand regionaal bedrijvennetwerk van bedrijven zelf of georganiseerd door de Kamer van Koophandel in de regio.
    U kunt ook rechtstreeks met bijv. de HR manager van een bedrijf contact leggen.
    In alle gevallen is het belangrijk dat u als school een concrete vraag stelt en leerlingen concrete opdrachten meegeeft. Vraag een bedrijf niet ‘met u mee te denken over wat mogelijk is’, daar hebben mensen uit het bedrijfsleven niet altijd tijd voor.
    Formuleer wat u van een bedrijf waarmee u contact zoekt wilt, op welke vraag wilt u een antwoord? Een vraag hoeft niet altijd heel groot te zijn (kan een leerling 14 dagen stage lopen), hij kan ook klein zijn, bijv. kan een leerling een klein onderdeel van een opdracht in het bedrijf uitvoeren?